Heb je gevoel voor humus?

Uitgelicht

Gevoel voor humus gaat stapsgewijs verdwijnen, de activiteiten worden voortgezet op meenderij.nl, marcsiepman.nl en humisme.nl.

Gevoel voor humus: de regenworm is de ploeg van de toekomst

Gevoel voor humus: de regenworm is de ploeg van de toekomst

Een natie die zijn bodem vernietigt, vernietigt zichzelf.- Franklin D. Roosevelt

Gevoel voor humus zet zich in voor het herstel en behoud van de natuurlijke vruchtbaarheid van de bodem. Bedreigingen als piekolie, klimaatverandering, erosie, de economische crisis, milieuvervuiling, genetische manipulatie, waterschaarste, bijensterfte, verzuring van de oceanen en gesubsidieerde overbevissing en industriële landbouw (en als gevolg daarvan fantoomdraagkracht) zijn een directe bedreiging voor onze voedselzekerheid.

Zoals in verschillende artikelen op deze website te lezen is, toont onderzoek aan dat problemen zoals olieafhankelijkheid (transport, machines, kunstmest), droogtegevoeligheid, milieuvervuiling, natuurafbraak, woestijnvorming, erosie, klimaatverandering, voedselonzekerheid, werkloosheid, bepaalde ziektes en de koppeling tussen kapitalisme en de voedselvoorziening (honger door financiële crisis, gentech, voedselspeculatie, groeimodel, monopolisering) weggenomen kunnen worden door de bodemvruchtbaarheid terug te laten keren.

Cursussen
Sinds april 2013 geef ik ongeveer twintig keer per jaar de gratis cursus humisme door het hele land en zo nu en dan in België.

Boeken
Ik heb twee boeken vertaald: Het Bodemvoedselweb en Bodem in Balans.

Geldprijs voor humist Marc Siepman

Sietz Leeflang en Marc Siepman

Sietz Leeflang en Marc Siepman

Op 3 december 2015 ontving ik uit handen van Sietz Leeflang een aanmoedigingsprijs van 1000 euro. Stichting De Twaalf Ambachten (centrum voor ecologische technieken, in 1978 opgericht) wil met deze jaarlijks terugkerende prijs kleine initiatieven zoals Gevoel voor humus ondersteunen. De uitreiking vond plaats in Kasteel Westhove in het Zeeuwse Domburg. De keuze was op mij gevallen omdat 2015 het Jaar van de Bodem was.

Er werden voor mij ook twee nummers gezongen en gespeeld door singer-songwriter Tijl Damen.

Ter gelegenheid van de uitreiking schreef ik een column die in nieuwsbrief 159 van De Twaalf Ambachten verscheen.

Dit is natuurlijk allemaal veel te veel eer. Bedankt allemaal!

De Groene Renaissance

Het wordt nu kritiek. Het is erop of eronder. Er is wat momentum en die zullen we moeten inzetten om de omslag te maken naar een landbouw die gebaseerd is op ethiek. Daar is verlichting voor nodig, en hoe graag ik het ook zou willen: die zie ik in de huidige landbouw niet. Zelfs biologische landbouw is in de regel gebaseerd op het doodmaken van wat wil leven en het in leven proberen te houden van wat wil sterven. Dat het anders kan is inmiddels overduidelijk. Dat het anders moet ook.

Inderdaad: de transitie is al begonnen, maar we zullen er veel harder aan moeten trekken om het daadwerkelijk plaats te laten vinden. Zonder kennis is het moeilijk om een revolutie op gang te krijgen en dat zijn ook niet de prettigste soort revoluties. Meestal vallen daar wel slachtoffers bij. Een verlichting – een renaissance – is een revolutie die eigenlijk alleen maar voordelen kent. Nog mooier dan een fluwelen revolutie.

We kennen natuurlijk de ‘groene revolutie’. Op het eerste oog een succesverhaal. Borlaug krijgt de Nobelprijs omdat hij zogezegd miljoenen mensen van de hongerdood heeft gered. Maar bij nadere inspectie zou hij de dood van miljarden mensen op zijn geweten kunnen hebben. Gelukkig is niet de hele wereld overgestapt op industriële landbouw, maar toch heeft de landbouw al minstens een kwart van de cultuurgronden dermate vernacheld dat we niet meer mee gaan maken dat ze weer productief worden.

Industriële landbouw is energie-intensief. Ik heb in het verleden wel geroepen dat we naar kennisintensieve landbouw toe moeten, maar feitelijk is dat too little, too late. We hebben een voedselsysteem nodig dat gestoeld is op kennis en ervaring, maar tevens fijnzinnig en liefdevol is. Niet alleen voor de gewassen en de beesten en de mensen die ermee gevoed moeten worden, maar ook voor de kinderen van je kindskinderen. Of dat nou permacultuur heet, of agro-ecologie of iets geheel anders, dat maakt niet uit. De intentie moet zijn: respect voor alles wat leeft. Niet alleen nu, maar ook in de toekomst.

Wendell Berry heeft een “50-year farm bill” geschreven. Ik denk dat het niet gek is om na te gaan denken over en langetermijnplanning voor onze voedselvoorziening. Als je de mensen iets in het vooruitzicht kunt stellen dat zoveel malen mooier, lekkerder en gezonder is dan de huidige destructieve vormen van landbouw dan zijn ze – hopelijk – genegen de stap te nemen om hun voedsel te betrekken bij een toekomstbestendige boer. Laten we gaan visualiseren hoe ons voedsel over 150 jaar geproduceerd wordt. Door onze achter-achter-achter-achter-achterkleinkinderen.

Als we namelijk niet nu aan ze gaan denken, dan zullen ze er ook niet zijn. De mens is een bedreigde diersoort geworden. Ten onder gegaan aan zijn eigen succes. Aan de Groene Revolutie, om precies te zijn.

Laten we het zover komen? Daar ziet het er nu wel naar uit. Maar schijn bedriegt soms. Een revolutie kan heel snel gaan. Een verlichting misschien ook wel.

Recensie: Een hoop leven

eenhooplevenVoordat ik aan dit boek begon, had het gevoel een vrij eenvoudig boek over de bodem in handen te hebben, dat meer gericht was op kinderen dan op volwassenen. Niets is minder waar! Het is een diepgravend boek, dat enorm veel informatie geeft over de geschiedenis van de landbouw en de bodem in het algemeen. De auteur schuwt de diepgang niet. Ik vermoed echter dat de vormgeving niet helpt om het bij de juiste doelgroep te laten belanden, en dat is jammer…

Wat meteen opviel, was dat silt, de term die algemeen gebruikt wordt om bodemdeeltjes aan te duiden die tussen de 0,05 en 0,002 mm groot zijn, in dit boek slib genoemd wordt. Voor silt wordt vaak te onrechte leem gebruikt, dus slib kan op het lijstje met verwarrende termen.

Wat ook meteen opviel, was dat de lettertjes heel klein zijn. Daardoor kan er meer tekst op een pagina, maar die ruimte gaat weer verloren doordat er aan weerszijden steeds een afbeelding herhaald wordt. Die afbeeldingen voegen wat mij betreft niets toe.

Inhoudelijk, en daar gaat het uiteindelijk om, zit het echter wel snor. Er staan wat foutjes in (frappant genoeg is een van die foutjes ook in Het Bodemvoedselweb terecht gekomen door een zetfout: Mg2+ had Mg2+ moeten zijn), maar het is overduidelijk dat de auteur kennis van zaken heeft en enthousiast is over het onderwerp. Wat is me wel afvroeg: stel dat je niets over het onderwerp afweet, snap je dan ook wat er gezegd wordt? Veel termen komen zomaar uit de lucht vallen…

Ik ben het niet eens met de auteur dat het onmogelijk is om te veel compost te geven, en bij een paar andere puntjes zet ik ook mijn vraagtekens, maar over het algemeen is het een goed boek. De ondertitel dekt dekt de lading: het gaat over grond, humus en compost. Er wordt ook uitgebreid ingegaan op wormen en wormencompost, Bokashi en ook menselijke mest en composteren met de maden van het zwarte soldatenvliegje worden niet geschuwd. Ik heb er zeker ook nieuwe dingen gelezen. Mijn conclusie: prettig leesbaar boek, zeker als je al wat voorkennis hebt. Zware kost wordt afgewisseld met anekdotes waardoor je het vlot uitleest.

Titel: Een hoop leven
Ondertitel: Grond, humus en compost
Auteur: Roelke Posthumus
ISBN: 9789050115186
Jaar van verschijnen: 2014
Aantal pagina’s: 128
Formaat: 21 x 19,5 cm
Verkrijgbaar via de boekhandel en KNNV Uitgeverij